De taal van de baas

Het is altijd beschamend om te merken hoe Nederlandse politici en gezagsdragers zichzelf en hun land vernederen. Bijvoorbeeld door steevast krampachtig de taal van de machtiger gesprekspartner te willen spreken. De Ruttes, Balkenendes, Kokken, Lubbersen of hoe ze allemaal verder heten mogen, hebben één ding gemeen. Allen doen ze hun uiterste best om met de bazen in Washington Engels te spreken. Dat kunnen ze niet, want qua woordenschat en vooral grammaticale en syntactische wendbaarheid zijn ze geen partij. Met hun povere schoolengels, hoogstens bijgespijkerd met een dure cursus bij de ‘nonnetjes in Vught’ of soortgelijke clubjes, staan ze als brave schooljongens tegenover gewiekste tweede-hands autoverkopers.

Ze zijn zich er niet van bewust dat ze zich precies zo gedragen als Anton Mussert ten opzichte van de bazen in Berlijn. Mussert deed altijd zijn uiterste best om Duits te spreken, hetgeen hem maar zeer te dele lukte. In zijn biografie van Mussert geeft Jan Meyers hierover een amusante anekdote. Toen Hermann Goering tijdens een gesprek met Mussert verklaarde dat wat hem betreft het Nederlands niet meer dan een dialect van het Duits was en daarom voor hem niet de moeite van het leren waard, voelde Mussert zich ten diepste gegriefd (Mussert. Een politiek leven, Amsterdam: Arbeiderspers 1984, p. 236).

Hoe anders gedroeg zich in dit opzicht Léon Degrelle: ‘Zelfs met Hitler sprak ik uitsluitend Frans (een taal die Hitler niet sprak), waardoor ik de gelegenheid had goed na te denken terwijl het antwoord werd vertaald, dat ik natuurlijk al had verstaan. Hitler had dat goed door. “Fuchs!” zei hij eens lachend tegen mij, nadat hij een triomfantelijk trekje om mijn mond had opgemerkt’ (Hitler pour 1000 ans, Parijs: La table ronde, 1969, pp. 60-1).

Van Mussert zou je nog kunnen zeggen dat hij zijn eigen taal koesterde, maar de vraag is of bijvoorbeeld Rutte dat ook doet.

Nederland zou er een stuk beter voor staan indien de politici en diplomaten gewoon altijd van tolken gebruik zouden maken, of op zijn minst een ‘neutrale’ taal zouden spreken. Door hun gebrek aan zelfrespect bewijzen zij ons een slechte dienst.

This entry was posted in Overpeinzingen and tagged , , , . Bookmark the permalink.

3 Responses to De taal van de baas

  1. roderik schuwer says:

    nog belangrijker is de lichaamstaal. immers, 90 % van de communicatie is non-verbaal.
    let hierbij dus op het gebogen hoofd van Rutte, die de handen van Obama omklemt, als een gelovige met de paus zou doen.Een gebaar, even onbeholpen als kruiperig.Obama geeft hem nog net geen kruisje op het voorhoofd, gaat heen en zondig niet meer, mijn zoon, lijkt hij te zeggen.

  2. P.H.M van de Kletersteeg says:

    Nog effe, en hij vliegt hem op zijn rug.
    Zijn gulp nog dicht?

    Maar kijk, het valt niet mee; met de broek op de knietjes voor Frankrijk en voor Duitsland—zie de idioterie van de ID cards en de cannabis wet- en natuurlijk niet de boete opleggen aan DE toen die ver over de 3%…..

    Mensen met karakter hebben het zoveel makkelijker.Die hebben een mening, eventueel zelfrespect en zijn daar trots op.
    Allemaal zo van die zaken die onze leiders (lijders) missen
    Een nederlander beschuldigd zonder enig bewijs? Hup op het vliegtuig!
    Maar een NL SSer gevlucht naar DE krijgt daar bescherming huis en inkomen.
    En ik -stomme idioot- maar denken dat DE de oorlog verloren had…..

  3. P.H.M van de Kletersteeg says:

    En je ziet obama zeggen: “en nou niet meer stiekum gluren in de w.c. Bakkie, later mag jij ook meedoen.Misschien.”
    En bakelende heel gedwee: “Ja Oba; zal het niet meer doen”

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>