Nu moeten er nog Italianen worden gemaakt

De Italiaanse eenheid, waarvan het 150-jarig jubileum dit jaar uitvoerig wordt herdacht dan wel gevierd, is tot stand gekomen door een combinatie van politiek gesjoemel (‘intriges’) en geweld (oorlog). De voorganger van Camillo Cavour (de belangrijkste architekt van de eenheid) als premier van het koninkrijk Sardinië, was de Piemontese edelman Massimo D’Azeglio.

Deze markies was artistiek aangelegd. Hij trouwde de dochter van Alessandro Manzoni, de belangrijkste Italiaanse romantische schrijver (‘de Walter Scott van Italië’). Zelf schreef D’Azeglio ook enkele historische romans en daarnaast een aantal invloedrijke politieke pamfletten, alsmede een opera. Tevens was hij een verdienstelijk schilder.

Van de melancholieke markies is de uitspraak: ‘L’Italia è fatta. Restano da fare gli italiani’ (Italië is klaar. Nu moeten er nog Italianen worden gemaakt). Hij had natuurlijk gelijk, want in het verenigde Italië werd, behalve door een piepkleine intellectuele elite, géén Italiaans gesproken. In plaats daarvan sprak men streektalen (‘dialekten’): bijvoorbeeld Piemontees, Ligurisch, Milanees, Venetiaans, Florentijns, Romeins, Napolitaans, Calabrees, Siciliaans of Sardijns. Elke streektaal was doorgaans onverstaanbaar buiten de eigen streek.

Na de eenwording werd het standaard-Italiaans weliswaar onderwezen op de scholen en kregen de diensplichtigen er les in, maar iedereen bleef gewoon zijn dialect spreken. Eigenlijk werd er in 1911 bij het halve eeuwfeest van de eenwording, alleen buiten Italië daadwerkelijk Italiaans gesproken, namelijk in São Paulo, Buenos Aires, Montevideo en andere grote steden in de Nieuwe Wereld waar Italiaanse emigranten zich in groten getale vestigden (Gina Lombroso-Ferrero, Nell’America meridionale (Brasile, Uruguay, Argentina): note e impressioni. Milaan: Fratelli Treves 1908). Alleen daar kon je toen Italiaans op straat horen spreken, niet in Italië!

In Italië zijn ze pas algemeen Italiaans gaan spreken na 1960, toen gaandeweg in alle huishoudens een televisie kwam te staan. Vervolgens werden de Italianen in eigen land steeds mobieler en vaker bereid om werk te zoeken buiten de eigen streek. Zo zagen zich tenslotte de meeste Italianen genoodzaakt daadwerkelijk Italiaans te spreken. Het heeft dus meer dan een eeuw geduurd eer werkelijk gesproken kon worden van Italianen.

This entry was posted in 150 jaar geleden and tagged , , . Bookmark the permalink.

2 Responses to Nu moeten er nog Italianen worden gemaakt

  1. P.H.M van de Kletersteeg says:

    Dus zijn het eigelijk de Friezen van zuid europa?
    Ah wel…
    Ik heb nooit veel vertrouwen gehad in mensen die overwegend mais eten…italiaanse platteland dus.

  2. overalhetzelfde says:

    Wat in Italië gebeurde is hetzelfde als in alle andere landen, Duitsland, Nederland, België nu nog, Frankrijk, etc., nation states zoals dat heet bij historici ontstonden niet zomaar, maar door centraal gezag.
    In alle landen waren verschillenden culturen en allerlei talen, nog in Hitler’s tijd was er een tegenstelling tussen het katholieke zuiden en het protestantse noorden.
    Pas Napoleon maakte van Frankrijk een land.
    Italië is relatief jong, en bestaat nog steeds uit twee delen, het industriële noorden, redelijk democratisch, en het arme feodale zuiden.
    Als het aan de Catalanen ligt scheiden ze zich morgen af.
    Bij de Britten zijn het Welsh en Schotten die zich nog steeds niet engels voelen.
    Het merkwaardige is dat de EU dit soort afscheidingsbewegingen stimuleert.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>