Cambalache

Enrique Santos Discépolo, wereldberoemd in Argentinië als tekstschrijver van tango’s, componeerde in 1935 Cambalache, (Uitdragerij), dat door velen wordt beschouwd als het onofficiële Argentijnse volkslied.

Goed beschouwd zou het ook geschikt zijn als volkslied van een heleboel andere landen, Nederland niet uitgezonderd.

Omstreeks 1970 zong Julio Sosa Cambalache voor de Argentijnse TV.

Cambalache

Que el mundo fue y será/ una porquería, ya lo sé.
En el quinientos seis/ y en el dos mil, también.
Que siempre ha habido chorros,/ maquiavelos y estafaos,
contentos y amargaos,/ valores y dublés.

Pero que el siglo veinte/ es un despliegue
de maldad insolente,/ ya no hay quien lo niegue.
Vivimos revolcaos en un merengue/ y en el mismo lodo todos manoseados.

Hoy resulta que es lo mismo/ ser derecho que traidor,
ignorante, sabio o chorro,/ generoso o estafador…
¡Todo es igual!/ ¡Nada es mejor!
Lo mismo un burro/ que un gran profesor.

No hay aplazaos ni escalafón,/ los inmorales nos han igualao.
Si uno vive en la impostura/ y otro roba en su ambición,
da lo mismo que sea cura, colchonero,/ Rey de Bastos, caradura o polizón.

¡Qué falta de respeto,/ qué atropello a la razón!
Cualquiera es un señor,/ cualquiera es un ladrón…
Mezclao con Stavisky/ va Don Bosco y La Mignon,
Don Chicho y Napoleón,/ Carnera y San Martín…

Igual que en la vidriera/ irrespetuosa
de los cambalaches/ se ha mezclao la vida,
y herida por un sable sin remache
ves llorar la Biblia/ junto a un calefón.

Siglo veinte, cambalache/ problemático y febril…
El que no llora no mama/ y el que no afana es un gil.
¡Dale, nomás…!/ ¡Dale, que va…!
¡Que allá en el Horno/ nos vamo’a encontrar…!

No pienses más; sentate a un lao,/ que ha nadie importa si naciste honrao…
Es lo mismo el que labura/ noche y día como un buey,
que el que vive de las minas,/ que el que mata, que el que cura,
o está fuera de la ley…

Uitdragerij

Natuurlijk weet ik dat de wereld/ een rotzooi was en zal blijven:
In 1506/ en in 2000.
Dieven zijn er altijd geweest,/ oplichters en slachtoffers
zuurpruimen en tevreden lui,/ echt en nep.

Maar niemand kan ontkennen/ dat de 20ste eeuw
het toppunt is/ van het brutaalste kwaad.
Dooreen gehusseld met zijn allen
besmeurd met/ dezelfde derrie.

Het maakt ook niets meer uit/ of je een verrader bent of niet,
een domoor, een geleerde of een dief/ gul van aard of een flessentrekker
Alles is gelijk!/ Niets is beter!
Een stomme ezel/ of beroemd professor, het maakt niets uit.

Niemand blijft achter, het niveau is weg/ Nou ja, de schurken zijn op ons niveau.
De een die leeft van leugens,/ de ander steelt zich een ongeluk,
Of je nu een priester bent,/ een vakman of Schoppen Heer
brutale hond of een schooier.

Wat een gebrek aan respect/ Wat een aanslag op het gezond verstand
Iedereen is een grand seigneur/ iedereen een ordinaire dief
Met Stavisky de schavuit/ smelt Don Bosco samen en La Mignonne
Don Chicho en Napoleon/ Carnera en San Martin

Net als in de etalage/ van een uitdragerij
Staat alles door elkaar/ Ons hele leven.
Je ziet de bijbel ligt te huilen/ gewond door een blinkende sabel
En daarnaast staat de kachel.

Onze eeuw: een ingewikkelde/ idiote uitdragerij
Wie niet piept krijgt niet te eten/ Wie niet steelt die is een sufferd
Toe maar ga je gang,/ Vooruit, wat maakt het uit
We komen elkaar straks/ allemaal tegen in de hel.

Nu niet piekeren, kies een plekje/ Maakt niet uit of je ooit fatsoenlijk was.
Alles is hetzelfde: of je je/ dag in dag uit afbeult als een os
als pooijer vrouwen uitbuit,/ of mensen vermoordt of juist verzorgt,
of de wet aan je laars lapt…

This entry was posted in Overpeinzingen and tagged , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>