Humanitaire principes

De Nederlandse regering heeft geen principes. In ieder geval geen humanitaire principes. Toch is het Nederlandse buitenlandse beleid officieel gebaseerd op principes, notabene op humanitaire principes. Weet u nog dat de Nederlandse regering haar steun verleende aan de expeditie van de NATO tegen Libië in 2011? Het ging toen om de bescherming van de Libische bevolking. Het werd dus een oorlog op humanitaire grondslagen. De propaganda afdeling van de NATO had daarvoor de term R2P bedacht, een afkorting van responsability to protect (verantwoordelijkheid om te beschermen). Een verheven humanitair principe, zo op het oog. Wel jammer dat tijdens die NATO-bombardementen ter bescherming van de Libische burgerij toch nog zo’n 60.000 Libische burgers om het leven zijn gekomen. Maar ja, collateral damage (“onbedoelde doden”) is natuurlijk niet te vermijden.

Ook bij de bombardementen die de NATO in 1999 uitvoerde op Servië (eveneens ter bescherming van de Servische bevolking) vielen doden. Zesduizend om precies te zijn.

Nu staat de NATO, uiteraard onder opperste leiding van de winnaar van de Nobelprijs van de Vrede, Obama (of hoe die man ook werkelijk heten mag), weer in de startblokken voor een operatie op basis van R2P. Om de Syrische burgerij te beschermen. Alweer een oorlog om humanitaire redenen. Een humanitaire oorlog om zo te zeggen. Ook de Nederlandse regering zal, net als bij de vorige humanitaire acties, weer steun verlenen. Meedoen in een of andere vorm aan een humanitaire oorlog.

Vandaar dat ik benieuwd was naar welke maatstaven de Nederlande regering nu hanteert bij het nemen van een beslissing om aan zo’n humanitaire oorlog deel te nemen. Ik stuurde een mail naar de afdeling persvoorlichting van het Ministerie van Defensie in Den Haag. De minister was de hele dag in de weer met besprekingen in verband met de aangekondigde humanitaire oorlog tegen Syrië, dus het gaat om iets waar flink over wordt nagedacht.

Deze vraag stelde ik: Does the Dutch government handle strict criteria for determining the humanitarian character of an intervention that it takes part in? For instance, is there a certain number or percentage of civilian victims and/or scale of infrastructure destruction that justifies intervention? Likewise, is there an upper limit to the number or percentage of civilian victims and/or infrastructure destruction whereby an intervention would no longer be considered humanitarian? (i.e. although there were considerable numbers of civilian victims in Libya, Iraq and Afghanistan, the interventions are still regarded as humanitarian and generally beneficial to the local populations, but what are the critical numbers here? How many people may die and/or how many be without electricity, tap water, medical care or schooling before an action is no longer considered humanitarian or beneficial?).

Ik stelde de vraag opzettelijk in het Engels, aangezien ik wel enige ervaring heb met het Ministerie van Defensie. Er heerst daar een totale minachting voor iedere Nederlandse burger die het waagt lastige vragen te stellen. En aangezien het Ministerie van Defensie slechts een loket is van het VS-ministerie van Defensie, vermoedde ik dat een vraag in het Engels wel beantwoord zou worden. Maar niets daarvan. Taal noch teken van de afdeling voorlichting van het Ministerie van Defensie. Zouden ze wel Engels kunnen lezen daar? Of is het in de aanloop naar de humanitaire actie tegen de Syrische bevolking nu zo’n chaos op het ministerie dat niemand meer de mails leest?

Mijn vraag is natuurlijk simpel en zou simpel te beantwoorden moeten zijn. “Heeft de Nederlande regering stricte criteria om te bepalen wat de humanitaire aard is van acties waaraan zij deelneemt? Is er bijvoorbeeld een bepaald aantal of het percentage burgerdoden en/of schaal van vernietiging van de infrastructuur waardoor interventie wordt gerechtvaardigd? Is er een bovengrens aan het aantal of het percentage burgerdoden en/of vernietiging van de infrastructuur waardoor een interventie niet langer beschouwd kan worden als humanitair? (bijvoorbeeld, hoewel er flinke aantallen burgerdoden zijn geweest in Libië, Irak en Afghanistan, worden de interventies daar beschouwd als humanitair en in het belang van de plaatselijke bevolking. Maar wat zijn nu precies de kritische getallen? Hoeveel mensen mogen er worden gedood en hoevelen mogen zonder stroom, water, medische verzorging of onderwijs komen te zitten voordat een actie niet langer beschouwd kan worden als humanitair of in het voordeel van de plaatselijke bevolking?”

Het Ministerie zwijgt. Weet u wat ik denk? Dat ze op dat Ministerie geen idee hebben. Ze roepen maar wat, ze doen maar wat. Ze vliegen een paar rondjes, ze gooien wat bommen, ze schieten wat in het wilde weg, ze graven een beetje, ze bouwen misschien een schooltje, ze beuren hun wedde, ze jammeren een beetje als er een collega overhoop wordt geknald door een verzetsstrijder.

Wat een treurig zootje!

This entry was posted in Domheden, Drieste acties, Overpeinzingen and tagged , , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>