Toen de krant nog een mijnheer was

Van eerbiedwaardige kranten werd ooit met ontzag gezegd dat ze waren als een mijnheer. Vroeger had je nog echt deftige kranten. In Nederland bijvoorbeeld de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC), het Algemeen Handelsblad, Het Vaderland, en De Tijd. In Duitsland de Berlijnse Vossische Zeitung, in Italië La Stampa en in Engeland The Times.

Een van de deftigste kranten in Europa was het Parijse blad Le Temps, waarvan op 25 april 1861 het eerste nummer verscheen.

Le Temps bedreef serieuze journalistiek en trachtte zoveel mogelijk objectief te zijn. Tijdens het interbellum groeide de krant uit tot de spreekbuis van het Franse Ministerie van Buitenlandse Zaken. In de glorietijd van Le Temps, tevens de glorietijd van de Franse dagbladpers (1870-1914), was de concurrentie groot. Vier kranten, Le Journal, Le Petit Journal, Le Petit Parisien en Le Matin, hadden een oplage van meer dan een miljoen. Maar Le Temps was voor Frankrijk wat bijvoorbeeld The Times ooit in Engeland was: de ‘newspaper of record.’

Tijdens de Duitse bezetting van Frankrijk (1940-1944) overleed Le Temps: door te heulen met de bezetter verloor het blad zijn geloofwaardigheid.

In 1944 werd de roemrijke traditie van de krant naadloos opgepakt door Le Monde, opgericht door Hubert Beuve-Méry, tot 1940 correspondent van Le Temps in Tsjechoslowakije.

Tegenwoordig noemen sommige dagbladen zich kwaliteitskranten. Deftige kranten bestaan niet meer. Niemand heeft het eeuwige leven. Zelfs mijnheren hebben het eeuwige leven niet, hoe eerbiedwaardig en deftig ze ook zijn. Voor kranten geldt hetzelfde.

This entry was posted in 150 jaar geleden, Overpeinzingen and tagged , , , . Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>