Tabaksrook

De tijd dat er overal nog gewoon gerookt kon worden, lijkt ver achter ons te liggen. Wie nu nog een sigaret durft op te steken wordt doorgaans met een mengeling van meewarigheid, lichte ergernis en nauw verholen vijandigheid bekeken. Wie rookt is eigenlijk een ketter die zondigt tegen de politiek correcte regels van een doorgedraaide samenleving.

Halverwege de vorige eeuw was roken echter ‘cool’. Niet in het minst vanwege de talrijke parallellen tussen het aansteken en roken van een sigaret, de uitgeblazen en opkringelende rook, de uitdovende sigaret, de asbak, en de liefde in al haar stadia en facetten.

Er is geen gebrek aan liedjes waarin deze punten belicht worden:

Paul Dorn zingt wenn die Zigarette glimmt (1936)

Jean Sirjo, C\’est la fumée (1934)

Arnost Kavka: Má cigareta hoří (jaren 1940)

Patsy Cline: Three cigarettes in an ashtray (1957)

Alles gaat in rook op…

This entry was posted in Overpeinzingen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>